Functie en plaatsing
Een spouwanker verbindt het niet-dragende buitenblad van een spouwmuur mechanisch met het dragende binnenblad. Daarmee wordt horizontale windbelasting (zowel druk als zuiging) op het buitenblad veilig overgedragen, zonder dat de twee bladeren thermisch of vochthuishoudkundig direct contact maken.
Gangbare draaddiameter: 3–4 mm. Het minimale aantal ankers bedraagt circa 4 stuks per m²; langs randen, hoeken en rondom openingen (ramen, deuren) ligt dat aantal hoger. Het exacte aantal volgt uit de windbelastingberekening conform Eurocode 6 (NEN-EN 1996-1-1). De productie en afmetingen van spouwankers zijn genormeerd in NEN-EN 845-1.
Materiaal
Moderne spouwankers zijn vervaardigd van roestvast staal (RVS, minimaal klasse A2). In woningen gebouwd vóór circa 1985 zijn vaak verzinkt stalen ankers toegepast. Die kunnen bij vochtige spouwen op den duur corroderen, waardoor de verbinding tussen de beide bladeren verloren gaat — dit verschijnsel heet ankercorrosie.
Aandachtspunt bij spouwisolatie
Bij het na-isoleren van de spouw (inblazen van isolatiemateriaal) is de toestand van de ankers een kritisch inspectiepunt. Sterk gecorrodeerde ankers verminderen de constructieve veiligheid en kunnen in ernstige gevallen leiden tot het uitbollen of instorten van het buitenblad.
Voordelen en nadelen
| Voordeel | Eenvoudig en kostenefficiënt in te metselen; RVS-uitvoering is duurzaam en onderhoudsvrij |
| Nadeel | Vormt een beperkte koudebruggen-bijdrage; oude verzinkte ankers vereisen keuring bij renovatie |