Beton is sterk op druk maar zwak op trek. Wapening lost dat op: stalen staven, bouwstaalmatten (netten) en beugels worden volgens een buigstaat in de bekisting geplaatst en daarna ingestort. Het staal neemt de trekspanningen over die anders tot scheurvorming zouden leiden.
Materiaal en afmetingen
In Nederland wordt vrijwel uitsluitend B500 toegepast: betonstaal met een karakteristieke vloeigrens van 500 N/mm². Gangbare staafdiameters lopen van 6 tot 32 mm. Beugels (gesloten of open stalen ogen) houden de hoofdstaven op hun plek en dragen scheurkrachten af.
Betondekking
De wapening ligt op afstandhouders zodat er overal voldoende beton tussen staal en buitenlucht zit. Die minimale laagdikte — de betondekking — is bepalend voor de duurzaamheid: onvoldoende dekking laat vocht en zuurstof toe, wat corrosie en uiteindelijk betonrot veroorzaakt. Vereiste dekkingsmaten volgen uit NEN-EN 1992 (Eurocode 2) in combinatie met de omgevingsklasse.
Positie in een vloer
| Positie | Opneembare belasting |
|---|---|
| Onderwapening | Veldmoment (doorbuiging midden overspanning) |
| Bovenwapening | Steunpuntmoment (boven oplegging of wand) |
Voordelen
- Combineert de druksterkte van beton met de treksterkte van staal
- Maatwerk via buigstaat: diameter en hart-op-hartafstand afgestemd op belasting
- Lange levensduur bij correcte dekking (tientallen jaren zonder onderhoud)
Nadelen
- Corrosiegevoelig bij onvoldoende betondekking of scheurvorming
- Arbeidsintensieve plaatsing en controle op de bouwplaats
- Niet hergebruikbaar zodra ingestort in het beton
Normen: NEN-EN 1992 (Eurocode 2), NEN-EN 10080